
§1 Horizon
Wat hebben mensen elkaar werkelijk te zeggen en hoe staat het met hun luisterbereidheid? Al sinds de uitvinding van de boekdrukkunst — en in een stroomversnelling tijdens het huidige informatietijdperk — zoeken we naar manieren om informatie makkelijker uit te wisselen. Technologische vooruitgang en de menselijke ontwikkelingsdrang houden gelijke tred; in onze moderne tijd lijken ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Doen we dat met overtuiging en wat zit daaraan vast?
§2 Rudolf Steiner bij de start van de 20e eeuw
In 1903 bewoog de 42-jarige Rudolf Steiner zich in een turbulent krachtenveld. In Berlijn ondersteunde hij de arbeidersbeweging: aan de Arbeiterbildungsschule doceerde hij van 1899 tot 1904/1905 vakken als geschiedenis, literatuur, natuurwetenschappen en retoriek. Een breuk met het vormingsinstituut was echter onvermijdelijk. De schoolleiding — veelal strikte materialisten en marxisten — vond Steiners lessen “niet naturalistisch genoeg”. Waar zij wilden dat hij de arbeiders leerde wat ze moesten denken om de revolutie te bespoedigen, wilde Steiner hen juist leren hoe ze zelfstandig konden denken. Toen hij bovendien openlijker over zijn spirituele inzichten begon te spreken, was de maat vol. Een van de bestuursleden sprak de legendarische woorden: “In de arbeidersbeweging is voor een man als Steiner geen plaats.”
In oktober 1902 was de Duitse sectie van de Theosofische Vereniging opgericht, waar hij in 1903 zijn eerste volledige jaar als secretaris beleefde. In deze periode startte hij zijn grote voordrachtenreeksen. Hij zocht voortdurend naar een balans tussen zijn eigen, onafhankelijke spirituele onderzoek en de bestaande theosofische tradities.
Om zijn redactionele vrijheid volledig te waarborgen, bouwde hij zijn werk voor het Magazin für Litteratur af en richtte hij in 1903 het tijdschrift Lucifer op (later Lucifer-Gnosis). Dit pionierswerk had hij niet kunnen realiseren zonder Marie von Sivers. Als mede-initiatiefnemer en organisatrice nam zij de administratie, de correspondentie en de logistiek voor haar rekening.
§3 Essay
Als opmaat naar mijn vertaalwerk in deze nieuwe levensfase – sinds kort ben ik gepensioneerd – heb ik enkele essays uit GA 34 geselecteerd om ze toegankelijk te maken voor een hedendaags publiek. De reeks opent met het opstel: Über das Vertreten der persönlichen Überzeugung. De vertaling vindt u hieronder in paragraaf 4.
§4 Over het uitdragen van de persoonlijke overtuiging
Bronvermelding:
- Titel: Über das Vertreten der persönlichen Überzeugung
- Auteur: Rudolf Steiner
- Genre: Essay
- Oorspronkelijke publicatie: Tijdschrift Luzifer-Gnosis, Nummer 5, oktober 1903
- Archiefverwijzing: Steiner Gesamtausgabe (GA) 34: Lucifer-Gnosis 1903–1908
- Vertaling: John Wervenbos
Terecht wordt er binnen onze cultuur veel waarde gehecht aan wat men het moedig en krachtig uitdragen van de ‘persoonlijke overtuiging’ noemt. Wie opkomt voor zijn eigen gedachten en opvattingen wordt gezien als iemand met karakter; wie dat niet doet, als karakterloos. Men kan geen waardering opbrengen voor iemand die zich slechts tot spreekbuis van een ander maakt. Het zou natuurlijk onzin zijn om iets tegen dergelijke principes in te brengen. De hoge eisen die onze tijd aan de persoonlijkheid stelt, maken een zeker en standvastig optreden tot een absolute noodzaak. Maar een waarachtig geestelijke levensbeschouwing moet zulke zaken vanuit een hoger gezichtspunt bekijken. Zij moet juist ten aanzien van de hoogste deugden vragen om zelfbezinning en zelfkennis. Zij moet zich ervan bewust zijn dat, net zoals de Noordpool niet zonder Zuidpool, de hoogste deugden niet zonder hun bijbehorende schaduwzijden kunnen bestaan. En de schaduwzijde van de ‘persoonlijke overtuiging’ is de eigenzinnigheid, het hameren op de ‘eigen gedachten’. Hoe mooi het ook is om je mening onvoorwaardelijk te verdedigen, vanuit een ander oogpunt is het net zo noodzakelijk om de mening van de medemens als volledig gelijkwaardig te laten gelden. En hoe weinig ligt dat juist in de aard van degenen die het trouwst vasthouden aan hun overtuiging. Juist zij tonen vaak een onverdraagzaamheid in voelen en denken die het hen onmogelijk maakt om werkelijk op andere meningen in te gaan. Zeker: ze zullen de mond bijna altijd vol hebben van tolerantie. Maar die in de praktijk brengen, kunnen ze nauwelijks. Want het gaat er niet om dat men een principe onderschrijft, maar waarmaakt. Men moet het zich door oefening eigen maken. Innerlijke tolerantie, tolerantie in het denken, zou men moeten verinnerlijken met strenge zelfdiscipline. En als je dit tot in de kleinste dingen toepast, zal het uiteindelijk de grondtoon worden van onze hele huidige manier van leven.
Op twee dingen wil ik hier wijzen. Allereerst op iets heel alledaags. Luister eens mee met een gesprek. Hoe vaak zul je niet, voorbarig uitgesproken, het woordje ‘maar’ horen. Men heeft nog helemaal niet op zich laten inwerken wat de ander gezegd heeft, men heeft zich misschien nog helemaal niet volledig bewust gemaakt wat hem drijft, en men staat al klaar om de eigen mening er met dat ‘maar’ tegenover te zetten. Zulke gewoontes zou men bewust moeten onderdrukken. Men zou zich moeten oefenen in het stille, eerbiedige ‘luisteren’. Of men het nu direct gelooft of niet: alleen hij komt tot hogere geestelijke ontwikkeling die dit ‘luisteren’ veel geoefend heeft.
En een tweede punt: in een vergadering doet iemand een voorstel. Meteen staan anderen klaar met tegenvoorstellen. Ze geloven stellig: ze moeten hun eigen mening tot uitdrukking brengen. Men zou veeleer tot uitgangspunt moeten nemen nooit iets in te brengen tegen een voorstel van een ander, als men niet eerst volledig inzicht heeft gezocht in de motieven van dat andere voorstel. Men zou zich altijd voor ogen moeten houden dat men egoïstisch handelt wanneer men een mening liefheeft enkel omdat men die zelf heeft. “Ik kan toch alleen opkomen voor waarin ik zelf geloof”, dat hoor je overal; en toch is het niet minder waar dat men zich belangeloos in de mening van de ander moet verplaatsen, dat men – voordat men zichzelf in de strijd werpt – eerst moet toetsen of men werkelijk iets beters te verdedigen heeft dan de ander. Degenen die een hogere geestelijke ontwikkeling hebben bereikt, hebben die verkregen door een offer in deze richting te brengen. Zij hebben zichzelf opgelegd om helemaal op te gaan in de meningen van hun medemensen, om zichzelf tot in de diepste vezels van hun ziel weg te cijferen, om in de ander op te gaan. Een ware mysticus kan alleen hij worden die geleerd heeft om tot in de meest verborgen gedachten onbaatzuchtig te worden. Over zulke zaken heb je pas werkelijk recht van spreken als je er zelf ervaring mee hebt opgedaan. Door weinig ontwikkelt men zich op de eerste treden van de geestelijke ladder meer, dan door zichzelf een tijdlang zwijgen in zijn diepste binnenste op te leggen. Veel win ik erbij als ik me maanden, misschien jaren aan een stuk laat gezeggen: Nu wil ik, heel bescheiden, even helemaal niets zelf vinden, maar belangeloos eens andermans meningen in mijn binnenste laten leven. Ik wil helemaal onderduiken in andermans gewaarwordingen, gevoelens en gedachten. Onzelfzuchtig verruim ik daardoor mijn zelf, terwijl ik het zelfzuchtig vernauw, wanneer ik telkens weer mijn eigen meningen vanuit mijn eigen wezen als golfslag aan de oppervlakte van mijn leven laat opspelen. Een dergelijke gedachte zou als toetssteen vooral post moeten vatten bij hen die – terecht – in de geest van onze tijd steeds de woorden in de mond nemen: ‘persoonlijke overtuiging’.
Muziek
Hoe waardeert u dit blogartikel?
Dat kunt u aangeven door commentaar te leveren in de onderstaande reactieruimte en/of door te klikken op één van de de iconen hieronder. Zie de kwalificatie die tevoorschijn komt zodra u de muisaanwijzer of uw vingertop op een icoon laat rusten.
Een heel interessant essay. Ik denk dat velen en ikzelf ook vaak menen dat het bij bewustzijnsontwikkeling hoofdzakelijk aankomt op concentratie en meditatie. Maar dit blijkt dus in feite helemaal niet zo te zijn. Ook in zijn boek Theosofie noemt Steiner als eerste stap het ontwikkelen van onbevangen luisteren.
Dank je, Ridzerd. Later deze week zal ik op je interessante commentaar ingaan.
Menselijke interactie en morele ontwikkeling zijn uiteraard ook van belang en wat dat betreft maken we evenzeer een scholingsweg door. Naar elkaar luisteren en je op elkaar afstemmen is een van de moeilijkste opgaven. Voor de meesten onder ons zeker geen vanzelfsprekendheid. Precies een maand later antwoord ik pas. Dat is niet zo netjes.