§1 Faust
Faust staat symbool voor het individualiserende element in de menselijke ziel: de immer strevende mens die verlangt naar een tweede jeugd en een verbreding van zijn levenshorizon. Uitgedaagd wil hij vooruitstrevend zijn eigen levensloop invulling geven. Mefistofeles, de constante tegenstrever, leidt hem door een web van illusies en intriges naar een strijdtoneel van wordings- en verwordingskracht, gekenmerkt door voortdurende zelfconfrontatie.
§2 Leeftijd
Jong geleerd is oud gedaan; jong geboren is (dikwijls) oud gestorven. Het begint er in ieder geval mee dat we met het verstrijken van de tijd ouder worden. Voor het menselijk leervermogen â waarvan afleren, logenstraffen en innerlijk loslaten wezenlijke onderdelen vormen â ligt dit echter anders dan bij het biologische levensproces. De fysieke aftakeling en het daaruit volgende levenseinde lijken onomkeerbaar en onherroepelijk. Hier laat de tegenstelling tussen de eeuwigheidsbeleving en de aanblik van de vergankelijkheid zich terdege voelen.
Johann Wolfgang von Goethe, de auteur van het literaire meesterwerk Faust, peinsde hierover in zijn bekende dichtregels uit het gedicht Selige Sehnsucht (Zalig Verlangen, 1819):
Selige Sehnsucht
Und solang du das nicht hast
Dieses: Stirb und werde!
Bist du nur ein trĂŒber Gast
Auf der dunklen Erde
Zalig verlangen
En zolang je dat niet hebt,
Dit: sterven en worden!
Ben je slechts een sombere gast
Op de duistere aarde.
§3 Jonger worden
Het is voor een mens van levensbelang om in het stervensproces toch weer nieuwe tekenen van leven te kunnen zien. Niet alleen bewustzijnsmatig of psychologisch, maar ook existentieel: wezenlijk, reëel en concreet. Dit veronderstelt een eeuwige ontwikkelingsweg waarnaar hij met recht kan verlangen en waaraan hij daadwerkelijk kan werken.
Voor de mens is er namelijk geen sprake van eenrichtingsverkeer. Ja, zijn fysieke lichaam wordt jong geboren en vervolgens steeds ouder tot het definitief uiteenvalt. Maar een ander wezensdeel van hem, het levenslichaam (ook wel etherlichaam of vormkrachtenlichaam genoemd), wordt juist steeds jonger naarmate het levenseinde nadert.
Het concept dat het fysieke lichaam veroudert terwijl het etherlichaam juist verjongt, is een centraal thema in de voordrachten van Rudolf Steiner uit 1915:
GA 163: Toeval, voorzienigheid en noodzaak (Dornach, 5 september 1915)
Het werkelijk paradoxale aan de menselijke aardse ontwikkeling is dit: dat we fysiek weliswaar steeds ouder worden, maar dat ons etherlichaam eigenlijk steeds jonger wordt. Op het moment dat we sterven, hebben we met betrekking tot ons etherlichaam in feite weer het stadium van de kindertijd bereikt.
GA 159: Het mysterie van de menselijke wezensdelen (Berlijn, 9 april 1915)
Het fysieke lichaam veroudert, het etherlichaam wordt jonger. Fysiek worden we steeds ouder, maar het etherlichaam wordt in wezen steeds jonger. Bij de dood heeft het de gestalte die het aan het begin van het leven zou hebben gehad, als het toen al zo jong was geweest als het op het moment van sterven is.
Toelichting: Steiner stelt dat onze levenskracht zich precies omgekeerd aan ons fysieke lichaam ontwikkelt. Terwijl ons lichaam rimpels krijgt en brozer wordt, wordt onze innerlijke vitaliteit juist frisser en krachtiger. In de spirituele wereld is de dood geen ‘opgebruikt einde’, maar een terugkeer naar de meest vitale, jeugdige bronkracht.
§4 Muziek als inspiratiebron en doorgeefluik
Dit levensthema â een voor de moderne mens vaak verborgen gegeven waarnaar weleens diep wordt verlangd â komt in vele kunstvormen aan de orde. Niet in de laatste plaats in de muziek. Ter illustratie noem ik hieronder de werken van drie bijzondere kunstenaars. Ik nodig de lezer uit om de door mij geschreven spreuk ‘Sacraal’ (bovenaan dit blog) in gedachten te houden bij het luisteren naar deze muziek.
- Wende Snijders â Voor alles
- Loreena McKennitt â Danteâs Prayer
- Hildegard von Bingen â Caritas Abundat in Omnia (De Liefde stroomt overvloedig in alles)
Beste John, ik heb mijn reactie op het vorige blog herlezen, en ja wat je vorige week hebt geplaatst, dat heb ik meermaals invoelend gelezen, ik merkte dat mijn gedachten, mijn denken sprongen maakten in mijn denken en voelen en dieper de woorden moest doorgronden om nu pas, vandaag 28 maart tot deze uitwisseling kon komen. Wat mij in deze thematiek steeds sterker bezighoudt, is dat ouder worden uiterlijk weliswaar een proces van afname lijkt, maar innerlijk een geheel andere beweging kan volgen. Er ontstaat, bijna ongemerkt, een verschuiving van zwaarte naar lichtheid in mijnbeleving. Alsof iets in mij minder gebonden raakt aan het tastbare en juist beweeglijker, transparanter wordt.
Ik sta daar stil bij, mijn lichaam/ons lichaam kunnen we niet verheffen doordat het gebonden is aan de zwaartekracht, ons ‘etherlichaam’ of levenslichaam zie ik als de gestalte van een levende plant (zoals Goethe dat zo helder weet te omschrijven) die zich sterk op de omgeving en omhoog richt ( naar de hemel) waardoor de overwinning van de zwaartekracht en het zich uitstrekken naar de omgeving, naar omhoog ( naar de Zon, de Hemel) de polaire bewegingen balanceert. Ik zag het beeld van het fysieke lichaam van de ouder wordende mens ( niet als het beeld van: als je oud wordt, dan takel je af, het gaat om natuurlijke levensprocessen en -ritmes die we terugzien in de natuur: bevruchting- ontkieming- geboorte- /leven en sterven/ terugtrekken en hergeboorte) dat zich langzaam naar de aarde buigt, en tegelijk het oprichten/opheffen van het lichtlichaam dat tot ontwikkeling is gekomen via ons levenslichaam of etherlichaam. Is het dan niet zo, dat is dan hoe ik dit beeld heb waargenomen, dat ons tot ontwikkeling groeiend lichtlichaam, doorwerkt op ons aardse lichaam, ons lichaam als het ware lichter en levendiger voelt. En dat alles is verbonden met het diep geloof in de Mensenzoon?
Ik ervaar het niet alleen als een âjonger wordendâ principe, maar als iets dat verfijnt en lichter wordt naarmate het minder belast is met verstarring, angst of gehechtheid. Het lijkt alsof het etherlichaam vitaler wordt wanneer het doordrongen raakt van bewustzijnâwanneer het als het ware doorlicht wordt, een proces dat begint in kleine, concrete momenten: wanneer ik iets werkelijk doorzie, wanneer ik vergeef, wanneer ik iets loslaat wat mij eerder bepaalde. In zulke momenten ontstaat er een kwaliteit van lichtâhelderheid, ruimte, richting.
Het is alsof dit licht zich langzaam in het levenslichaam verankert en het van binnenuit vernieuwt. Waar het fysieke lichaam onderhevig is aan zwaarte en slijtage, lijkt dit lichtlichaam juist aan kracht te winnen door bewustwording. Het voedt het etherlichaam niet met energie in de gewone zin, maar met betekenis en samenhang.
In het beeld van Faust herken ik het verlangen om te doorgronden, en wat naar me toekomt, niet alleen met mijn denken te willen grijpen of begrijpen, maar vooreerst de inhoud op te nemen, gewaar te worden, en laten rusten, het proces van rijpen te eerbiedigen. Vaak ontstaan inzichten via dromen, alsof ik in een andere wereld woorden hoor, korte teksten lees, me ik die niet altijd meteen herinner als ik ontwaak, maar het voelt wel heel levend. Dat heb ik de laatste tijd heel vaak met Steiner.
De woorden van Johann Wolfgang von Goethe â âStirb und werdeâ â beginnen voor mij steeds minder als een poĂ«tische uitspraak te klinken en steeds meer als een innerlijke wetmatigheid. Elk werkelijk inzicht vraagt om een vorm van sterven: een loslaten van wat ik dacht te zijn. Maar precies in dat loslaten ontstaat een onverwachte vitaliteit en overgave.
Muziek kan dit proces intens voelbaar maken. Soms ervaar ik bij bepaalde klanken dat er iets in mij âoplichtââalsof de muziek niet alleen gehoord wordt, maar een innerlijke resonantie wakker roept die tegelijk oud en nieuw is. In die momenten lijkt het alsof het lichtlichaam even meer aanwezig is, en het etherlichaam daardoor beweeglijker en levendiger wordt. Muziek was mijn eerste diepe grote liefde als kleuter, ik herinner me nog het kleine lichtblauwe speelgoed pianootje dat ik als verjaardagsgeschenk had gekregen van mijn lieve vader. Toen wist ik: ik ga ‘later’ op een echte piano leren spelen, en jaren later was het zover. Het zat niet in de familie, maar inmiddels weet ik door de zienswijzen van Steiner, dat ik die gave of talenten in de kiemkracht van mijn nieuwe geboorte heb meegenomen. De Oude Meesters heb ik gekend, maar op andere wijze, aldus.
Heerlijk de hemelse muziek van Hildegarde von Bingen ( en al haar wijsheden die ze ons heeft geschonken) Hildegard von Bingen mij op een diep niveau. Haar composities voelen niet gebonden aan zwaarte of tijd; ze bewegen zich als het ware in een opwaartse stroom. Wanneer ik luister, ervaar ik geen lineaire ontwikkeling, maar een soort innerlijke verheffingâalsof de klank het etherlichaam optilt en het herinnert aan zijn oorspronkelijke lichtheid.
Hierbij herinner ik me een ervaring van jaren geleden een regressie-sessie, het effect van het beluisteren van een compositie: herkenning, zoveel herkenning, dat mijn tranen spontaan opwelden, het gevoel van haar gekend te hebben ( blijkbaar heb ik meerdere levens gehad in kloosters, en dat voelt ook zo vertrouwd). Het raakte me meteen dat je deze prachtige muziek van Hildegarde hebt geplaatst. Ik voelde meteen zo’n vreugde en blijdschap dat ik spontaan glimlachte. Maar het verwondert me niet John, want ik voel bij jou een enorme innerlijke rijkdom, dat ik jou ook zie als mijn zachte richtingwijzer. Dank je wel hiervoor.
Tot slot zie ik het wel zo dat achter het zichtbare verouderen een onzichtbare verjonging plaatsvindt in samenhang met bewustwording. Dat de mens niet alleen ouder wordt, maar ook lichter kan worden.
En dat het uiteindelijke âwordenâ niet een terugkeer is naar wie we waren, maar een geboorte van wie we in wezen al zijnâmaar nu bewuster, vrijer en doorstraald. Zei Steiner niet dat we een Mens in Wording zijn, want die woorden wekken verzachting op in mijn hart.
Dank voor dit nieuwe blog en prachtige plaatje die de kern van jouw blog opheldert.
Warme hartegroet Mieke
Beste Mieke, zoals ik op Facebook berichtte: bedankt voor je uitgebreide reactie. Ik kom er later vandaag graag nog op terug. Op dit moment ben ik in mijn eentje een zwaar zit-stabureau aan het monteren en installeren. Omdat ik twee volledige kunstknieën heb, is dat een behoorlijke uitdaging waar ik gisteren al aan ben begonnen.